Abdij Lilbosch - Echt

Cisterciënsermonniken

Een lange traditie
 

Onze lokale historie
   

Wegens de grote toeloop van kandidaten moet Dom Bernardus Maria van der Seyp, de derde abt van de St. Benedictusabdij van Achel, de Achelse Kluis, uitkijken naar een nieuwe locatie. Zijn oog valt op de oude hoeve Lilbosch, gelegen temidden een ontgonnen stukje heide, in de buurt van Pey-Echt. De naam Lilbosch moet al oud zijn, waarschijnlijk uit de Karolingische tijd, en betekent zoiets als Bos van Lil, waarbij Lil een toenmalige persoonsnaam moet zijn geweest.

Op 11 juli 1883 komt de groep stichters onder leiding van Dom Anselmus Judong naar Lilbosch. De stichting floreert. Al snel wordt aan en rondom de oude hoeve een klooster en een kloosterboerderij gebouwd. De eerste zelfstandige overste, Dom Guido Brox (prior titularis van 1891-1911) treft al bij aankomst een gestroomlijnd kloosterleven aan. Mede om de aanwas van roepingen met voldoende basisvorming veilig te stellen, begint Dom Guido in 1894 met een juvenaat, dat in 1906 uitgroeit tot het St. Bernarduscollege.

In 1912 vindt de verheffing tot abdij plaats. De officiële naam is vanaf dan: Abdij Onze Lieve vrouw van de heilige Josef. Maar tot op heden blijft in de volksmond de naam Abdij Lilbosch meer gangbaar. Eerste abt wordt Dom Victor van den Eynden. De gemeenschap groet langzamerhand uit tot ongeveer 70 leden.

In de Eerste Wereldoorlog vinden geëvacueerde monniken van de Abdij van Westmalle (België) een toevluchtsoord op Lilbosch; hun tijdelijk verblijf vindt een blijvende herinnering in de vele bomen die zij toen langs de lanen om Lilbosch gepland hebben, waaronder de fameuze 140 bomen tellende kastanjelaan.
De Tweede Wereldoorlog grijpt veel dieper in in het leven van de Abdij. In 1942 eist de Duitse bezetter de Abdij op om het te gebruiken als Duits kwartier, en sluit ook het St. Bernarduscollege. De monniken worden verjaagd en vinden gastvrij onderdak in andere abdijen; de toenmalige abt, Dom Pius Strijbos, wordt echter gevangen gezet in het gijzelaarskamp van St.Michielsgestel. Uit deze tijd stamt ook de grote, goed bewaard gebleven bunker niet ver van de ingang van de Abdij.

Na de bevrijding keren de monniken terug. De abdijgebouwen zijn zwaar gehavend en worden goeddeels nieuw opgetrokken naar een ontwerp van de architect A. Boosten. Het monnikenleven herneemt op Lilbosch zijn gewone gang. Wel blijft geregelde aanwas uit. Omdat het voortbestaan van de Abdij onzeker lijkt te worden, besluit de vijfde abt van Lilbosch, Dom Hieronymus Beiering, in 1968 een deel van de gronden te verkopen aan de Stichting Pepijnklinieken (thans Stichting Pergamijn), die de gehandicaptenzorg niet meer zoals voorheen in gestichten, maar op menselijke maat in ruim en landelijk aangelegde paviljoens wil onderbrengen.

Maar gelukkig kent Lilbosch onder haar zesde abt, Dom Chris Thewissen, abt van 1980 tot 2008, een heropleving. Onder zijn abbatiaat wordt ook hetgeen rest van de in 2002 opgeheven Abdij van Ulingsheide-Tegelen ingebracht in Lilbosch.
In 2009 kiest de gemeenschap Dom Malachias Huijink tot haar zevende abt. De communiteit telt momenteel 14 leden van heel onderscheiden leeftijden.

Heel deze historie door begeleidt ons wapen onze Abdij: een palmboom, met als onderschrift: ut palma, zoals een palmboom, ontleend aan Psalm 92, vers 13: De rechtvaardige rijst als een palmboom omhoog. Bij alle historische wederwaardigheden blijft immers dit het eerste: zonder ons te laten afleiden en verstrooien door de omstandigheden ons leven als monniken uit te spreiden voor God alleen, zoals de palmboom zonder enige zijtakken haar bladeren hoog bovenaan de stam uitspreidt voor de zon alleen.