Abdij Lilbosch - Echt

Cisterciënsermonniken

Monnik worden
 

Stadia van inwijding
 

Wie intreedt in onze Abdij, begint aan een weg met diverse etappes.  

Eerst ben je enkele maanden postulant. Het is een tijd van ingroeien in de gewoontes van onze
gemeenschap en in onze dagorde.

Dan begint het noviciaat. Je krijgt een kloosternaam en een habijt. Het noviciaat is de periode van de
basisvorming en duurt twee jaar. De vorming omvat lessen in het christelijk geloof, in de H. Schrift, en in monastieke thema’s, maar ook inwijding in de monastieke vorm van bidden en mediteren, en geestelijke begeleiding. In de begeleiding zullen ook je roeping en je motieven getoetst worden. De abt en de
novicenmeester leveren de belangrijkste bijdrage aan de noviciaatsvorming.  

Als het noviciaat vruchtbaar is afgerond en de gemeenschap akkoord is, leg je
de tijdelijke professie af: je verbindt je aan onze gemeenschap en onze levensvorm
voor een periode van drie jaren. De vorming gaat op aangepaste wijze verder. Maar eigenlijk is deze etappe al geen proefperiode meer: het volle monastieke leven zelf
reikt hier zijn onmiddellijk vormende kracht aan.

Daarna kan, wederom na instemming van de gemeenschap, de plechtige professie volgen, waarin je je definitieve en levenslange verbintenis uitspreekt. Op de
plechtige professie volgt in één beweging meteen de monnikswijding: de Heer
neemt je verbintenis aan en verbindt Zichzelf voorgoed aan jouw monastieke
levensproject. 

Deze etappes markeren de meer uiterlijke weg van inwijding in de monastieke levensvorm. Maar tegelijk 
dagen ze uit tot een innerlijk proces en begeleiden ze een steeds diepere inwijding in het monastieke zoeken
en vinden van God.