Abdij Lilbosch - Echt

Cisterciënsermonniken

Ons monnikenleven



Geloften en toewijding
 

Telkens opnieuw zijn er mannen die ingaan op het verlangen dat zij in hun hart voelen, om God te dienen
in het monastieke leven. In eenvoud van hart gaat de jonge monnik op zoek naar God. Het Evangelie dient
hem tot leidraad. Hij zal geen bezit meer hebben, en gehoorzaam en in  volkomen onthouding leven.

Steeds dieper wordt de broeder ingewijd in de monastieke levenswijze, steeds
dieper in zijn toewijding aan de Heer. Steeds meer ontdekt de monnik zijn ware en oorspronkelijke menselijkheid, zijn zelfverwerkelijking als beeld van de Schepper.

De toewijding die hij bij zijn doopsel en vormsel ontving wordt in de religieuze
geloften bevestigd en vernieuwd. Door  het uitspreken van de plechtige geloften  
- van stabiliteit, gehoorzaamheid en monastiek levensgedrag -  na ten minste vijf
jaren van vorming, schenkt de broeder zich definitief aan Christus en verbindt hij
zich om voor altijd in onze gemeenschap te leven, volgens de Regel van de H.Benedictus. Van harte nemen de abt en de broeders hem op in de communiteit
en zij zullen hem altijd steunen met hun gebed en hun voorbeeld.

Vanaf de dag dat zijn noviciaat begint draagt de broeder het wit en zwarte cisterciënser habijt. Als teken van zijn toewijding wordt hij op de dag van zijn plechtige professie gekleed in de cisterciënser-gebedsmantel: de witte kovel.