Abdij Lilbosch - Echt

Cisterciënsermonniken

Ons monnikenleven
 


Monastiek broederlijk samenleven


Het is de uitdrukkelijke ervaring van de heilige Benedictus *  en van velen met hem, dat
de monastieke levensweg doorgaans het sterkst tot bloei kan komen in een leven in gemeenschap.
In de lijn daarvan proberen wij - zoals alle communiteiten van onze Cisterciënserorde - een authentieke gemeenschap te zijn van monastiek broederlijk samenleven.

“Hierin bestaat de wet van het leven in gemeenschap: eenheid van geest in de liefde Gods, een band van
vrede tussen alle broeders in onderlinge en volhardende liefde, communio in het delen van alle goederen” (Constituties OCSO, C. 13.1).

Onze communiteit is dus een samenleven van broeders. Niet vriendschap
of sympathie brengt ons samen of houdt ons samen, maar broederschap
vanuit onze gemeenschappelijke roeping in Christus, waarin we elkaar aanvaarden als kinderen van de Vader.

Onze communiteit is een monastiek broederlijk samenleven, een specifieke
vorm dus van broederlijk samenleven, waarvoor al sinds oude tijden een
eigen woord bestaat: cenobitisme. Cenobieten nemen de erfenis van het
kluizenaarsleven, dat de oervorm van het monnikenleven is, mee in het gemeenschapsleven, om zo het goede van beide leefvormen te verbinden en het biddend leven dubbel te bevruchten. In ons gemeenschapsleven ligt daarom tegelijk ook een nadruk op stilte en alleen zijn, op gebed en geestelijke lezing in de eenzaamheid van ieders kloostercel.

Cenobitisch samenleven ziet het samenleven allereerst als geprivilegieerde weg om beter en sneller te
groeien tot een biddend leven. Als weg om elkaar te helpen trouw te blijven aan het gebed en het zoeken
van God. Als weg tot zelfkennis en nederigheid, want niets maakt meer ontvangstbekwaam voor het
bidden van Christus’ Heilige Geest in ons, dan juist zelfkennis en nederigheid. Cenobitisch samenleven
heeft daarom een eigen positieve gevoeligheid voor de ongemakkelijke kanten van het samenleven:
juist die vormen een indringende leerschool om jezelf te verliezen, zodat Christus alles in je kan worden - en
het broederlijk gemeenschappelijke (liturgische) gebed des te meer God zal verheerlijken.

     *) Regel van Benedictus 1,13