Abdij Lilbosch - Echt

Cisterciënsermonniken

Ons monnikenleven

 

Stabilitas en beslotenheid
 

Een monnik is per definitie een mens die in afzondering leeft, in stilte, ver van het lawaai, de
drukte en de vele prikkels van de wereld. Als  monniken bidden en werken wij in de beslotenheid
van ons klooster.
Het woongedeelte van onze abdij is daarom niet toegankelijk voor anderen.   

Wij leven in afzondering niet vanwege een afkeer van de maatschappij, maar vanuit een bewuste en 
vrijwillige keuze om er niet in óp te gaan. De afstand tot ‘de wereld’ geeft ons als monniken een
zekere innerlijke vrijheid om er te zijn voor God en voor mensen.  “Monnik is hij, die uitwendig van iedereen gescheiden is, maar van binnenuit des te dieper met iedereen en met alles verbonden
blijft”, schreef Cassianus, een monnik uit de vierde eeuw. 

Natuurlijk kan het contemplatieve leven ook beleefd worden buiten een
klooster en kan men in een druk bestaan toch innig verbonden zijn met
God. Toch blijft een zekere innerlijke eenzaamheid en vrede noodzakelijk.

Het kloosterleven schept omstandigheden die ons hierin helpen. In het
persoonlijk en gemeenschappelijk gebed openen wij niet alleen ons zélf
voor God, maar doen wij dat als het ware plaatsvervangend voor de hele
wereld. 
Wij vertrouwen erop dat Gods Voorzienigheid ons juist naar deze plaats
geroepen heeft. Door onze gelofte van stabilitas verbinden wij ons ertoe om
op déze plaats en in verbondenheid met déze broeders onze innerlijke weg
te blijven gaan. Niet altijd valt de weg ons licht. Soms  neigt ons hart  tot afdwalen of tot vluchten.
Maar juist door dan stand te houden en te blijven, ontvouwt zich gaandeweg de rijkdom van juist deze
plek en juist deze gemeenschap.